Je bent de moderne ethische mens en je wil eens iets. Wie bezig is met dierenleed en vegetarianisme en zich verdiept in de filosofie erachter, zal al snel terecht komen bij Peter Singers boek Animal Liberation, nu ook wel “the Bible of the Animal Liberation Movement” genoemd. De oorspronkelijke versie werd in 1975 gepubliceerd maar dankzij enkele toevoegingen van Singer (en het trage tempo van veranderingen op dit onderwerp) blijft het nog verrassend actueel.

Singer is een Australische filosoof die bekend staat als utilist en zich vooral heeft gespecialiseerd in bio-ethiek. Voor wie het even niet paraat heeft: het utilisme is die ethisch-filosofische stroming die zegt dat je moet kijken welke handeling het meeste nut heeft. Veel mensen denken hierbij aan de substroming van het hedonisme, waarbij men kijkt naar wat het meeste geluk geeft, maar bij Singers benadering in Animal Liberation ligt de nadruk op het vermijden van lijden. Zijn redenering gaat uit van het idee dat iedereen lijden slecht vindt, maar dat we ons door jaren van ingesleten gebruik niet meer bewust zijn van het lijden dat we veroorzaken bij dieren. Zodra we ons bewust zouden zijn van dit lijden, is het niet meer ethisch mogelijk om daar aan bij te blijven dragen.

Nu klinkt dit allemaal vrij fel, maar Singer opent zijn boek heel begripvol. Zelf heeft hij ook jaren vlees gegeten en hij vindt het belangrijk om te benadrukken dat het bijdragen aan het systeem iemand niet per se een slecht mens maakt. Hij bekritiseert niet mensen persoonlijk, maar het grotere geheel. Dit doet hij in een aantal uitgebreide hoofdstukken waarin hij tot in detail vertelt welke verschrikkelijke praktijken plaatsvinden in de voedselindustrie en bij proefdieren. Voor wie op zich al overtuigd is van de verschrikkingen van dierenleed zijn deze hoofdstukken soms wel wat too much.

Wie zoekt naar redenen om vegetariër te worden zal er een hoop in vinden, maar voor wie dat niet meer nodig heeft zijn 50 pagina’s vol verschrikkelijke dierproeven meer iets om wat globaler te lezen. Deze mensen zullen echter wel veel halen uit de eerste en laatste hoofdstukken: het is verfrissend om Singer kalm en objectief zijn argumentaties uiteen te zien zetten. Nooit vervalt hij in het sentimentele: sterker nog, hij geeft in het eerste hoofdstuk al aan dat hij geen emotionele waarde hecht aan dieren. Het gaat hem niet om de empathie die hij voelt voor een schoothond, het gaat hem puur om het principe dat de ervaring van lijden iets slechts is waar onze behoefte aan vlees niet tegenop weegt.

Alhoewel Singers objectieve argumentatie misschien een nieuwe doelgroep kan bereiken, kan zijn radicalisme misschien juist weer een deel vervreemden. Alhoewel hij in zijn boek vegetarianisme als de oplossing noemt, blijkt dat hij daar eigenlijk bijna veganisme mee bedoelt: zuivelproducten raadt hij aan te vervangen voor soja en eieren dienen grotendeels vermeden te worden tenzij men toegang heeft tot goede scharreleieren. Alhoewel hij probeert zich niet te veel sociaal te distantiëren – hij claimt op verjaardagen niet uit te zoeken of er misschien ei in de taart zat – denk ik dat hij wel onderschat hoe ver veganisme nog van de meeste mensen af staat. Desalniettemin geeft hij ook duidelijk aan blij te zijn met elke stap die men al bereid is om te maken.

Voor mijzelf was het een prettige verandering om Singer zijn standpunten (die toch vrij radicaal zijn) zo kalm en antisentimentalistisch uit te horen leggen. Zijn niet-oordelende toon over de verschillende gradaties waarin men wel of niet bijdraagt aan dit probleem maken dat de lezer rustig kan kijken welk niveau van betrokkenheid bij hen past. De wetenschappelijke, filosofische insteek van het boek sluit ook goed aan bij de belevingswereld van studenten.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *