Ik hou van lezen. Buiten in de zon, onderweg in de trein of op de bank, met muziek op de achtergrond. Ik lees om te ontspannen, om voor even in een andere tijd of plaats te verdwijnen en mezelf te verliezen. Ik heb stapels boeken gelezen in mijn leven, maar heb er nog een veelvoud daarvan te gaan. Ik ben dan ook bang dat het me niet gaat lukken alles op mijn lijst af te strepen. Zelfs niet als ik meer lees dan ik nu al doe. Hoe meer ik lees, hoe sneller de klok vooruitsnelt en hoe minder tijd ik heb om te lezen. Dit zijn van die duivelse dilemma’s die het leven aan de ene kant net niet ondragelijk maken, maar aan de ander kant ook spannend. Aan het eind van elk boek doemt namelijk de vraag op, als een ijsschots voor een onzinkbaar passagiersschip: welk boek ga ik nu lezen?

Het antwoord op deze vraag kan verstrekkende gevolgen hebben: als je het verkeerde boek kiest, kun je daar een eeuwigheid aan vast blijven zitten. Want hoe verschrikkelijk een boek ook is, het moet en zal uitgelezen worden. Opgeven en het boek wegleggen is geen optie, wat als het verhaal na het volgende hoofdstuk wel interessant wordt? Daar zul je dan nooit meer achter komen en blijft de herinnering aan een onvoltooide plotlijn je tot in der eeuwigheid achtervolgen. Het jammere is dan weer dat het enorm veel moeite kost om bij dat volgende hoofdstuk te komen. Dus leg je het boek even weg om morgen verder te lezen. En morgen pak je het niet op, maar neem je je voor om overmorgen het hoofdstukje af te maken. En overmorgen is het hoofdstuk nog steeds niet uit en voor je het weet, ben je een maand veder en blijkt het volgende hoofdstuk nog slechter te zijn dan het vorige.

Gelukkig zijn er heel veel goede boeken om uit te kiezen. Zo bevind ik mij nu in een dystopische science-fictionfase, met klassiekers als ‘Fahrenheit 451’ van Ray Bradbury, ‘The fountains of paradise’ van Arthur C. Clarke en alles van Isaac Asimov. Daarvoor was horror van Stephen King, fantasy van George R. R. Martin en John R.R. Tolkien, en kunstwerken van Murakami. Ik lees over mensen die in insecten veranderden, het doden van spotlijsters en over androïden die van schapen dromen. En soms lees ik over Scheut.

Scheut schrijft brieven. Zessentwintig in totaal, om precies te zijn. En als ik dan toch precies ben, zijn het twintig brieven en zes ansichtkaarten. Het zijn brieven aan Anne, over zijn vakantie. Aan Tom met wie hij geen vrienden meer kan zijn, omdat hij nu een kruidenrekje heeft en zijn kopjes afwast. Aan de slager van slagerij Van der Zon. Aan de buurman die op zijn Maatje past. En aan zijn dochter, van wie hij op haar verjaardagsfeestje mag zijn, ook al is hij oud en raar. Hij verstuurt ze niet, de brieven aan zijn dochter. Dat hoeft ook niet, want ze weet al wat er in staat. Door de brieven en ansichtkaarten leer je Scheut een beetje beter kennen. Ze zijn met veel humor geschreven, soms absurd, soms weemoedig en staan vol onzekerheden over vriendschap en over hemzelf.

De brieven van Scheut zijn gebundeld in het boek ‘Verder alles goed’ van Nico Dijkshoorn. Misschien dat je hem kent als de man van de rare gedichtjes uit De Wereld Draait Door, die hij op een typische manier voorlas. Hij heeft echter ook veel korte verhalen en columns geschreven, die voor een groot deel gebundeld zijn. Of de brieven stiekem over Dijkshoorn zelf gaan en helemaal niet over de fictieve Scheut, valt uiteraard niet uit te sluiten. Wie meer van zijn korte verhalen heeft gelezen, valt in ieder geval de mix van plausibel realisme en een doorgetrokken ridiculisering op. Zo schrijft Scheut een brief aan de slager over hoe Spanjaarden in Madrid ham eten en hoe jij daar uren jaloers naar kan kijken: “Mannen met verweerde koppen hangen in elkaars armen en ze vinden het niet erg als ik daarnaar kijk.”

Ik houd wel van zijn schrijfstijl, het soort humor verweven met mooie observaties, en lees zijn korte verhalen dan ook met veel plezier. Maar het is ook iets wat niet iedereen aanspreekt, waardoor het best spannend kan zijn en boek van Dijkshoorn op te pakken. Wat nou als je het verschrikkelijk vindt en je verzandt in de wens het wel uit te lezen? ‘Verder alles goed’ is dan de ideale aanrader: doordat het korte verhalen zijn, hoef je geen ellenlange hoofdstukken door te lezen. Daarnaast is het boekje slechts 56 pagina’s dik, waardoor je het zo uit hebt. Mocht je dus je boek uit hebben en verdrinken in de oceaan van volgende boeken, kies dan dit boekje en volg het advies van Scheut op: “Nu niet meer zeuren. Dit wordt leuk.”


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *